schietgebed
zelfstandig naamwoordBetekenis
- kort haastig gebed meestal als er een acute nood is
zelfstandig naamwoord — neuter
- kort en haastig opgezegd gebed, bijvoorbeeld wanneer er iets belangrijks staat te gebeuren of in een acute noodsituatie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schietgebeden | meervoud |
| schietgebedje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schietgebedjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘kort, haastig gebed, vooral in noodsituaties’ voor het eerst aangetroffen in 1649
Woordfamilie van schietgebed
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schietgebeden | meervoud | schietgebed |
| schietgebedje | verkleinwoord | schietgebed |
| schietgebedjes | verkleinwoord meervoud | schietgebed |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schietgebed zijn vastgelegd.