genieten
werkwoord ɣəˈnitə(n)Betekenis
- voordeel hebben van iets.
- ergens aangename gevoelens door ervaren
Hoe spreek je genieten uit?
/xəˈnitən/
Genieten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| i | riet |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van genieten
genietenhele werkwoord — genootverleden tijd enkelvoud — genotenverleden tijd meervoud — genotenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | geniet | genoot |
| jij | geniet | genoot |
| hij, zij, het | geniet | genoot |
| wij | genieten | genoten |
| jullie | genieten | genoten |
| zij | genieten | genoten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben genoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent genoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is genoten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was genoten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd genoten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt genoten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal genoten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal genoten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou genoten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou genoten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geniet | gebiedende wijs |
| geniete | aanvoegende wijs |
| genietend | onvoltooid, deelwoord |
| genoot | verleden tijd |
| genoten | verleden tijd, deelwoord |
| genoten te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| genoten te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| genoten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genoten te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genoten te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genoten worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| genoten zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| genoten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| genoten zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| genoten zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had genoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had genoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had genoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden genoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden genoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden genoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt genoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb genoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben genoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben genoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben genoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben genoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt genoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft genoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft genoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is genoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is genoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te genieten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben genoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen genieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart genoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren genoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren genoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren genoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was genoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was genoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was genoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd genoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd genoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd genoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden genoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden genoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden genoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt genoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word genoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden genoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden genoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden genoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt genoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt genoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal genieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal genieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal genieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal genoten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal genoten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal genoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal genoten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genoten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn genoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn genoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn genoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt genoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou genieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou genieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou genieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou genoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou genoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou genoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden genieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden genieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden genieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden genoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden genoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden genoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden genoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden genoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden genoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden genoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden genoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden genoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt genieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt genoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt genoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt genoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen genieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen genieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen genieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen genieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen genoten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen genoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen genoten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen genoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen genoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen genoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen genoten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen genoten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen genoten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult genieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult genoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult genoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult genoten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘vreugde beleven aan, ontvangen’ voor het eerst aangetroffen in 1265