Naar de inhoud

verschieten

bleker worden

verschieten is meer dan één woord

verschieten

werkwoord, zelfstandig naamwoord vərˈsxitə(n)

Betekenis

  1. bleker worden
  2. door oningehouden schieten vertijdig opmaken

Hoe spreek je verschieten uit?

/vərˈsxitən/

Verschieten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈsxitən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
s sok
x acht
i riet
t tak
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. angstig reageren op iets wat plotseling gebeurt ergative, figuratively
  2. door oningehouden schieten voortijdig opmaken transitive

Vervoeging van verschieten

verschietenhele werkwoord — verschootverleden tijd enkelvoud — verschotenverleden tijd meervoud — verschotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verschiet verschoot
jij verschiet verschoot
hij, zij, het verschiet verschoot
wij verschieten verschoten
jullie verschieten verschoten
zij verschieten verschoten
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief, voltooid
ben verschoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verschoten impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was verschoten impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd verschoten impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt verschoten impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal verschoten worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal verschoten zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou verschoten worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou verschoten zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
hebben verschoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
is verschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verschoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben/zijn verschoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verschieten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verschieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verschiet gebiedende wijs
verschiete aanvoegende wijs
verschietend onvoltooid, deelwoord
verschoot verleden tijd
verschoten verleden tijd, deelwoord
verschoten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verschoten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verschoten te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verschoten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verschoten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verschoten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verschoten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verschoten zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verschoten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verschoten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart verschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verschoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verschoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verschoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verschoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verschieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verschieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verschieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verschoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verschoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn verschoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn verschoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verschoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verschieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verschieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verschieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verschieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verschieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verschieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verschieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verschieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verschieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verschieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verschieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verschoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verschoten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verschoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verschieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verschoten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord verschiet

Herkomst

afgeleid van schieten met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verschieten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verschiete aanvoegende wijs verschieten
verschietend onvoltooid deelwoord verschieten
verschietende woordvorm verschieten
verschoot verleden tijd verschieten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verschieten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verschieten

Hoe spreek ik verschieten uit?
Zo spreek je verschieten uit: /vərˈsxitə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van verschieten?
Verschieten is een werkwoord. De betekenis is: bleker worden. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verschieten?
Zo vervoeg je verschieten zo: de tegenwoordige tijd is verschiet, de verleden tijd is verschoot en het voltooid deelwoord is verschoten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verschieten?

Er staan 87 woorden in dit woordenboek die op verschieten rijmen, waaronder gieter, genieten en schieten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verschieten, uitspraak vərˈsxitən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
gieter 2
genieten 3
schieten 2
gieten 2
vlieten 2
zwartepieten 4
deleten 3
rieten 2
overgieten 4
doorschieten 3
kleiduivenschieten 5
akonieten 4
amalekieten 5
ammonieten 4
amonieten 4
amoraïeten 5
amorieten 4
anakieten 4
asjkelonieten 5
asjteratieten 5
askelonieten 5
asteratieten 5
azatieten 4
bieten 2
chitieten 3
chivieten 3
chiwwieten 3
deleteten 3
diakrieten 4
edomieten 4
ekronieten 4
emorieten 4
enakieten 4
fomieten 3
gazieten 3
hethieten 3
hevieten 3
huldebieten 4
israëlieten 4
jarosieten 4
Nog 47 rijmwoorden
jebusieten 4
jevoesieten 4
jezuïeten 4
kanaänieten 4
karaïeten 4
kehatieten 4
kenaänieten 4
kenieten 3
keretieten 4
kleiduifschieten 4
koesjieten 3
koningschieten 4
korachieten 4
korchieten 3
kredieten 3
kusieten 3
leeftijdslimieten 5
levieten 3
lieten 2
machirieten 4
maächatieten 4
melkbusschieten 5
midjanieten 4
mieten 2
moabieten 3
moavieten 3
peletieten 4
perizieten 4
perizzieten 4
proselieten 4
prototaxieten 5
rabbanieten 4
reoevenieten 4
riten 2
rubenieten 4
schietlapschieten 4
semieten 3
sevaïeten 4
simieten 3
sjevaïeten 4
sjimieten 3
slieten 2
stieten 2
tanaïeten 4
termieten 3
tweeten 2
zarchieten 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verschieten is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. C 5
  6. H 4
  7. I 1
  8. E 1
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verschieten levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 105 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. C 5
  6. H 4
  7. I 2
  8. E 1
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 25 zonder bonus
  13. 105 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verschieten in het kort

verschieten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verschieten staan er 61 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verschieten bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verschieten: bleker worden
Deel verschieten — standaardnederlands.nl