Naar de inhoud

schatten

naar waarde ~: op prijs stellen

schatten is meer dan één woord

schatten

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈsxɑtə(n)

Betekenis

  1. naar waarde ~: op prijs stellen
  2. Bij benadering een waarde voor iets geven
  3. vanuit een beperkte steekproef een getalswaarde bepalen die een parameter van de verdeling ervan zo goed mogelijk benadert

Hoe spreek je schatten uit?

/ˈsxɑtən/

Schatten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈsxɑtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
x acht
ɑ bad
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. naar waarde ~: op prijs stellen, waarderen transitive
  2. Bij benadering een waarde voor iets geven, taxeren transitive
  3. : vanuit een beperkte steekproef een getalswaarde bepalen die een parameter van de verdeling ervan zo goed mogelijk benadert

Vervoeging van schatten

schattenhele werkwoord — schatteverleden tijd enkelvoud — geschatvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schat schatte
jij schat schatte
hij, zij, het schat schatte
wij schatten —
jullie schatten —
zij schatten —
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geschat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geschat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geschat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geschat impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geschat impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geschat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geschat worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geschat zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geschat worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geschat zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geschat verleden tijd, deelwoord
geschat te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geschat te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geschat te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschat te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschat te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschat worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geschat zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geschat zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geschat zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geschat zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geschat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geschat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schat gebiedende wijs
schatte verleden tijd
schatte aanvoegende wijs
schattend onvoltooid, deelwoord
te hebben geschat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schatten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geschat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geschat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geschat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geschat voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geschat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geschat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geschat voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geschat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geschat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geschat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geschat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geschat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geschat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geschat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geschat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geschat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geschat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geschat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geschat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geschat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geschat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geschat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geschat zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschat zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geschat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geschat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geschat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geschat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geschat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geschat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geschat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschat zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschat zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geschat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geschat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geschat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geschat zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschat zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geschat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geschat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geschat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geschat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geschat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geschat zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschat zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschat zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geschat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geschat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geschat zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord schat

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van schatten

Vervoeging van schatten

schattenhele werkwoord

Herkomst

Ontwikkeld uit Middelnederlands scatten, schatten "schatting opleggen", vergelijk Middelhoogduits schetzen "belasting opleggen; geloven", modern Duits schätzen "schatten, waarderen"

Woordfamilie van schatten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
schatte verleden tijd schatten
schattend onvoltooid deelwoord schatten
schattende woordvorm schatten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schatten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over schatten

Hoe spreek ik schatten uit?
Zo spreek je schatten uit: /ˈsxɑtə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van schatten?
Schatten is een werkwoord. De betekenis is: naar waarde ~: op prijs stellen. In totaal staan er 6 betekenissen.
Hoe vervoeg ik schatten?
Zo vervoeg je schatten zo: de tegenwoordige tijd is schat, de verleden tijd is schatte en het voltooid deelwoord is geschat. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op schatten?

Schatten rijmt op 15 woorden op -atten; vatten, bevatten en jatten bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op schatten, uitspraak ˈsxɑtən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
vatten 2
bevatten 3
jatten 2
katten 2
ratten 2
spatten 2
onderschatten 4
natten 2
kuierlatten 4
atten 2
kokosmatten 4
kravatten 3
massematten 4
reuzenratten 4
sjabbatten 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schatten is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. A 1
  5. T 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schatten levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. A 1
  5. T 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

schatten in het kort

schatten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 6 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van schatten staan er 72 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort schatten bij een woordfamilie van 3 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

schatten: naar waarde ~: op prijs stellen
Deel schatten — standaardnederlands.nl