ratten
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈrɑtə(n)Betekenis
- te pakken krijgen
- stelen
Hoe spreek je ratten uit?
/ˈrɑtən/
Ratten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɑ | bad |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van ratten
rattenhele werkwoord — ratteverleden tijd enkelvoud — geratvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | rat | ratte |
| jij | rat | ratte |
| hij, zij, het | rat | ratte |
| wij | ratten | — |
| jullie | ratten | — |
| zij | ratten | — |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gerat | verleden tijd, deelwoord |
| gerat te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerat zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gerat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gerat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gerat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gerat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gerat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gerat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gerat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gerat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gerat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gerat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gerat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| rat | gebiedende wijs |
| ratte | verleden tijd |
| ratte | aanvoegende wijs |
| rattend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gerat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te ratten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ratten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gerat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gerat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ratten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ratten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ratten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gerat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ratten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ratten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ratten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gerat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gerat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gerat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ratten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ratten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ratten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gerat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ratten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gerat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gerat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gerat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ratten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ratten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ratten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ratten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gerat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ratten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord rat
Herkomst
rat zn met de uitgang -en
Woordfamilie van ratten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gerat | voltooid deelwoord | ratten |
| ratte | verleden tijd | ratten |
| rattend | onvoltooid deelwoord | ratten |
| rattende | woordvorm | ratten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ratten zijn vastgelegd.