vatten
werkwoord ˈvɑtə(n)Betekenis
- vastgrijpen, beetkrijgen
- begrijpen
- iets opdoen, iets krijgen
- water
Hoe spreek je vatten uit?
/ˈvɑtən/
Vatten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɑ | bad |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- de slaap vatten: iun slaap vallen
Vervoeging van vatten
vattenhele werkwoord — vatteverleden tijd enkelvoud — gevatvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vat | vatte |
| jij | vat | vatte |
| hij, zij, het | vat | vatte |
| wij | vatten | — |
| jullie | vatten | — |
| zij | vatten | — |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gevat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gevat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gevat | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gevat | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gevat | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gevat | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gevat worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gevat zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gevat worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gevat zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gevat | verleden tijd, deelwoord |
| gevat te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevat te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevat te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevat te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevat te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevat worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevat zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevat zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevat zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevat zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gevat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gevat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gevat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gevat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gevat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gevat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gevat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gevat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gevat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gevat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gevat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gevat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gevat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gevat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vatten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vatten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vat | gebiedende wijs |
| vatte | verleden tijd |
| vatte | aanvoegende wijs |
| vattend | onvoltooid, deelwoord |
| waart gevat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gevat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gevat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gevat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gevat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gevat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gevat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gevat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gevat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gevat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gevat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gevat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gevat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gevat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gevat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gevat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gevat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gevat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gevat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gevat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gevat zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevat zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gevat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gevat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gevat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gevat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gevat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gevat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gevat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevat zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevat zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevat zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gevat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gevat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gevat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevat zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevat zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevat zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gevat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevat zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gevat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gevat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gevat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevat zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevat zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevat zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vatten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gevat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevat zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘(be)grijpen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351
Woordfamilie van vatten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vatte | verleden tijd | vatten |
| vattend | onvoltooid deelwoord | vatten |
| vattende | woordvorm | vatten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vatten zijn vastgelegd.