Naar de inhoud

vatten

vastgrijpen, beetkrijgen

vatten

werkwoord ˈvɑtə(n)

Betekenis

  1. vastgrijpen, beetkrijgen
  2. begrijpen
  3. iets opdoen, iets krijgen
  4. water

Hoe spreek je vatten uit?

/ˈvɑtən/

Vatten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈvɑtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ɑ bad
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. de slaap vatten: iun slaap vallen

Vervoeging van vatten

vattenhele werkwoord — vatteverleden tijd enkelvoud — gevatvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vat vatte
jij vat vatte
hij, zij, het vat vatte
wij vatten —
jullie vatten —
zij vatten —
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gevat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gevat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gevat impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gevat impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gevat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gevat worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gevat zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gevat worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gevat zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gevat verleden tijd, deelwoord
gevat te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gevat te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gevat te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevat te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevat te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevat worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gevat zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gevat zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gevat zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gevat zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gevat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gevat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gevat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gevat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gevat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gevat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gevat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gevat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gevat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vatten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vat gebiedende wijs
vatte verleden tijd
vatte aanvoegende wijs
vattend onvoltooid, deelwoord
waart gevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gevat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gevat voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gevat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gevat voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gevat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gevat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gevat zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevat zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gevat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gevat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gevat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevat zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevat zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gevat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gevat zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevat zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gevat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gevat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gevat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gevat zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevat zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevat zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gevat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gevat zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘(be)grijpen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351

Woordfamilie van vatten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vatte verleden tijd vatten
vattend onvoltooid deelwoord vatten
vattende woordvorm vatten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vatten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over vatten

Hoe spreek je vatten uit?
De uitspraak van vatten is: /ˈvɑtə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent vatten?
Vatten is een werkwoord. Het woord betekent: vastgrijpen, beetkrijgen. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je vatten?
Je vervoegt vatten als volgt: de tegenwoordige tijd is vat, de verleden tijd is vatte en het voltooid deelwoord is gevat. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op vatten?

In dit woordenboek rijmen 15 woorden op -atten op vatten, zoals schatten, bevatten en jatten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op vatten, uitspraak ˈvɑtən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
schatten 2
bevatten 3
jatten 2
katten 2
ratten 2
spatten 2
onderschatten 4
natten 2
kuierlatten 4
atten 2
kokosmatten 4
kravatten 3
massematten 4
reuzenratten 4
sjabbatten 3

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vatten is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. A 1
  3. T 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vatten levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. A 1
  3. T 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vatten telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

vatten in het kort

vatten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van vatten zijn 72 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vatten bij een woordfamilie van 3 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vatten: vastgrijpen, beetkrijgen
Deel vatten — standaardnederlands.nl