bevatten
werkwoord bəˈvɑtə(n)Betekenis
- omvatten, in zich sluiten
- begrijpen
Hoe spreek je bevatten uit?
/bəˈvɑtən/
Bevatten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| v | vis |
| ɑ | bad |
| t | tak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bevatten
bevattenhele werkwoord — bevatteverleden tijd enkelvoud — bevatvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bevat | bevatte |
| jij | bevat | bevatte |
| hij, zij, het | bevat | bevatte |
| wij | bevatten | — |
| jullie | bevatten | — |
| zij | bevatten | — |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bevat | gebiedende wijs |
| bevat | verleden tijd, deelwoord |
| bevat te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bevat te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bevat te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevat te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevat te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevat worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bevat zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bevat zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevat zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevat zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevatte | verleden tijd |
| bevatte | aanvoegende wijs |
| bevattend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bevat | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bevat | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bevat | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bevat | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bevat worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bevat zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bevat worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bevat zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bevat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bevat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bevat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bevat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bevat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bevat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bevat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bevat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bevatten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bevat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bevatten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bevat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bevat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bevat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bevat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bevat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bevat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bevat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bevat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bevat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bevat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bevat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bevat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bevat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bevat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bevat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bevat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bevat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bevat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bevat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bevat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bevat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bevat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bevat zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevat zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bevat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevat zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevat zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevat zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bevat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bevat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bevat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevat zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bevat zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bevat zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bevat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bevat zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bevat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bevat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bevat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bevat zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bevat zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bevat zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bevatten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bevat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bevat zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van bevatten
Vervoeging van bevatten
bevattenhele werkwoord — bevatteverleden tijd enkelvoud — bevatvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bevat | bevatte |
| jij | bevat | bevatte |
| hij, zij, het | bevat | bevatte |
| wij | bevatten | — |
| jullie | bevatten | — |
| zij | bevatten | — |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bevat | gebiedende wijs |
| bevat | verleden tijd, deelwoord |
| bevat te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bevat te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bevat te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevat te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevat te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevat worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bevat zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bevat zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevat zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevat zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevatte | verleden tijd |
| bevatte | aanvoegende wijs |
| bevattend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bevat | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bevat | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bevat | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bevat | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bevat worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bevat zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bevat worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bevat zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bevat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bevat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bevat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bevat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bevat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bevat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bevat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bevat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bevatten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bevat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bevatten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bevat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bevat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bevat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bevat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bevat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bevat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bevat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bevat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bevat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bevat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bevat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bevat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bevat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bevat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bevat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bevat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bevat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bevat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bevat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bevat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bevat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bevat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bevat zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevat zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bevat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bevat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevat zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevat zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevat zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bevat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bevat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bevat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevat zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bevat zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bevat zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bevat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bevat zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bevat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bevat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bevat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bevat zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bevat zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bevat zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bevatten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bevat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bevat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bevat zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bevatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van vatten met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bevatten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bevat | voltooid deelwoord | bevatten |
| bevatte | verleden tijd | bevatten |
| bevattend | onvoltooid deelwoord | bevatten |
| bevattende | woordvorm | bevatten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bevatten zijn vastgelegd.