natten
werkwoord ˈnɑtə(n)Betekenis
- natmaken, bevochtigen
Hoe spreek je natten uit?
/ˈnɑtən/
Natten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ɑ | bad |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van natten
nattenhele werkwoord — natteverleden tijd enkelvoud — genatvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | nat | natte |
| jij | nat | natte |
| hij, zij, het | nat | natte |
| wij | natten | — |
| jullie | natten | — |
| zij | natten | — |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| genat | verleden tijd, deelwoord |
| genat te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genat zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had genat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had genat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had genat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden genat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden genat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden genat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt genat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb genat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben genat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben genat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben genat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben genat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt genat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft genat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft genat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| nat | gebiedende wijs |
| natte | verleden tijd |
| natte | aanvoegende wijs |
| nattend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben genat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te natten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen natten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal genat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal genat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal natten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal natten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal natten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou genat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou natten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou natten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou natten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden genat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden genat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden genat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden natten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden natten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden natten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt genat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt natten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen genat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen genat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen genat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen natten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen natten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen natten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen natten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult genat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult natten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
van Middelnederlands natten
Woordfamilie van natten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| genat | voltooid deelwoord | natten |
| genatte | woordvorm | natten |
| nattend | onvoltooid deelwoord | natten |
| nattende | woordvorm | natten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van natten zijn vastgelegd.