schattebout
zelfstandig naamwoordBetekenis
- koosnaam voor partner, lief kind
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schattebouten | meervoud |
| schatteboutje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schatteboutjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘liefkozende benaming’ voor het eerst aangetroffen in 1929
Woordfamilie van schattebout
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schattebouten | meervoud | schattebout |
| schatteboutje | verkleinwoord | schattebout |
| schatteboutjes | verkleinwoord meervoud | schattebout |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schattebout zijn vastgelegd.