schade
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈsxadəBetekenis
- geheel van beschadigingen
- jammer, betreurenswaard, spijtig
- Jammer!
Hoe spreek je schade uit?
/ˈsxadə/
Schade bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| a | maan |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schaden | meervoud |
| schades | meervoud |
| schadetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schadetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- aanvoegende wijs van schaden
Vervoeging van schade
schadehele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘nadeel, beschadiging’ voor het eerst aangetroffen in 1237
Woordfamilie van schade
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schades | meervoud | schade |
| schadetje | verkleinwoord | schade |
| schadetjes | verkleinwoord meervoud | schade |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schade zijn vastgelegd.