kade
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈkadəBetekenis
- een beschoeide of gemetselde oeverstrook waaraan de schepen kunnen aanleggen
Hoe spreek je kade uit?
/ˈkadə/
Kade bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- beschoeide of gemetselde oeverstrook waaraan de schepen kunnen aanleggen
- lage dijk of tijdelijke kering
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kaden | meervoud |
| kades | meervoud |
| kadetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kadetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- aanvoegende wijs van kaden
Vervoeging van kade
kadehele werkwoord
Herkomst
erfwoord, via Middelnederlands cade van Oudnederlands kada, in de betekenis van ‘wal’ voor het eerst aangetroffen in 1111; dit woord gaat weer terug op een Keltisch woord voor haag, afscheiding
Woordfamilie van kade
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kades | meervoud | kade |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kade zijn vastgelegd.