cicade
zelfstandig naamwoord si'kadəBetekenis
- groot, halfvleugelig insect, leeft in Zuid-Europa en in de tropen (Cicadidae)
Hoe spreek je cicade uit?
/siˈkadə/
Cicade bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| i | riet |
| k | kat |
| a | maan |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- Auchenorrhyncha groot, halfvleugelig insect behorend tot een groep van insecten die vertegenwoordigd wordt door ongeveer 40.000 verschillende soorten. Cicaden vormen een onderorde die behoort tot de orde van de halfvleugeligen (Hemiptera). Zij leven in Zuid-Europa en in de tropen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cicaden | meervoud |
| cicades | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘insect’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
Woordfamilie van cicade
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cicades | meervoud | cicade |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cicade zijn vastgelegd.