afbreuk
zelfstandig naamwoord ˈɑvbrøkBetekenis
- het minder goed, mooi of waardevol maken
Hoe spreek je afbreuk uit?
/ˈɑvbrøk/
Afbreuk bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| v | vis |
| b | bak |
| r | rood |
| ø | deur |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- afbreuk doen aan: het minder goed, mooi of waardevol maken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afbreuken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van af en breuk
Woordfamilie van afbreuk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afbreuken | meervoud | afbreuk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afbreuk zijn vastgelegd.