accolade
zelfstandig naamwoord ˌɑkoˈladəBetekenis
- een haakvormig leesteken
- een symbolische zwaardslag waarmee tot de ridderorde of adel werd toegelaten
Hoe spreek je accolade uit?
/ˌɑkoˈladə/
Accolade bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| k | kat |
| o | boot |
| l | land |
| a | maan |
| d | dak |
| ə | de |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- elk van beide spiegelbeeldige haakvormige leestekens waarmee een bepaald deel van een tekst kan worden gemarkeerd
- symbolische zwaardslag waarmee tot de ridderorde of adel werd toegelaten
- blijk van grote waardering figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| accoladen | meervoud |
| accolades | meervoud |
| accoladetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| accoladetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van het Frans accolade; in de betekenis van ‘haakje tot verbinding van twee of meer regels’; voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van accolade
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| accoladen | meervoud | accolade |
| accolades | meervoud | accolade |
| accoladetje | verkleinwoord | accolade |
| accoladetjes | verkleinwoord meervoud | accolade |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van accolade zijn vastgelegd.