pegel
zelfstandig naamwoord /'pexəl /Betekenis
- gulden, geld in het algemeen
- stalactiet van ijs
- hard schot bij voetballen
Hoe spreek je pegel uit?
/ˈpexəl/
Pegel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| e | veel |
| x | acht |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- merkteken op de muur van een watermolen, dat het maximum peil aangeeft dat mag opgestuwd worden, om overstromingen stroomopwaarts te vermijden en scheepvaart stroomafwaarts te garanderen.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pegels | meervoud |
| pegeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pegeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘gulden’ voor het eerst aangetroffen in 1906
Woordfamilie van pegel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pegeltje | verkleinwoord | pegel |
| pegeltjes | verkleinwoord meervoud | pegel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pegel zijn vastgelegd.