mierenegel
zelfstandig naamwoord ˈmirə(n)ˌeɣəlBetekenis
- een eierleggend zoogdier uit Australië en Nieuw Guinea
Hoe spreek je mierenegel uit?
/ˈmirənˌexəl/
Mierenegel bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| i | riet |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| e | veel |
| x | acht |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- Tachyglossus aculeatus eierleggend zoogdier dat voorkomt in uiteenlopende habitats in Australië, Tasmanië en Nieuw-Guinea. Het is de enige soort uit het geslacht Tachyglossus
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mierenegels | meervoud |
| mierenegeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| mierenegeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van mier zn en egel zn met het invoegsel -en- , omdat dit dier lijkt op een egel die zich met mieren voedt
Woordfamilie van mierenegel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mierenegeltje | verkleinwoord | mierenegel |
| mierenegeltjes | verkleinwoord meervoud | mierenegel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mierenegel zijn vastgelegd.