primair
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord priˈmɛːrBetekenis
- geologisch tijdperk met grote verscheidenheid van leven in de zeeën
- als eerste, de eerste plaats hebbende
- grondbeginselen betreffend
- de belangrijkste betreffend
- van oorsprong, oorspronkelijk
Hoe spreek je primair uit?
/priˈmɛr/
Primair bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| r | rood |
| i | riet |
| m | maan |
| ɛ | bed |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| Vóór 2006 was de spelling Primair. |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voornaamst’ voor het eerst aangetroffen in 1908
Woordfamilie van primair
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| primairder | woordvorm | primair |
| primairdere | woordvorm | primair |
| primairders | woordvorm | primair |
| primaire | woordvorm | primair |
| primairs | woordvorm | primair |
| primairst | woordvorm | primair |
| primairste | woordvorm | primair |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van primair zijn vastgelegd.