primaatschap
zelfstandig naamwoord priˈmatsxɑpBetekenis
- ambt of de functie van primaat, het (pauselijke) oppergezag
- het hebben van een recht van eerste keus, een voorrang
Hoe spreek je primaatschap uit?
/priˈmatsxɑp/
Primaatschap bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| r | rood |
| i | riet |
| m | maan |
| a | maan |
| t | tak |
| s | sok |
| x | acht |
| ɑ | bad |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| primaatschappen | meervoud |
Herkomst
afgeleid van primaat met het achtervoegsel -schap
Woordfamilie van primaatschap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| primaatschappen | meervoud | primaatschap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van primaatschap zijn vastgelegd.