pokhout
zelfstandig naamwoordBetekenis
- zeer hard, slijtvast hout van de West-Indische guajakboom dat zelfsmerende eigenschappen heeft
zelfstandig naamwoord — neuter
- zeer hard, slijtvast hout van de West-Indische guajakboom, Guaiacum officinale, dat zelfsmerende eigenschappen heeft
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pokhouten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van pok en hout zn
Woordfamilie van pokhout
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pokhouten | meervoud | pokhout |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pokhout zijn vastgelegd.