pennen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈpɛnə(n)/Betekenis
- ijverig schrijven met een pen
Hoe spreek je pennen uit?
/ˈpɛnən/
Pennen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van pennen
pennenhele werkwoord — pendeverleden tijd enkelvoud — pendenverleden tijd meervoud — gependvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | pen | pende |
| jij | pent | pende |
| hij, zij, het | pent | pende |
| wij | pennen | penden |
| jullie | pennen | penden |
| zij | pennen | penden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gepend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepend | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepend | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepend worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepend zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepend worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepend zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepend | verleden tijd, deelwoord |
| gepend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| pen | gebiedende wijs |
| pende | verleden tijd |
| penne | aanvoegende wijs |
| pennend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gepend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te pennen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen pennen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gepend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal pennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal pennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal pennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gepend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou pennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou pennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou pennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden pennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden pennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden pennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt pennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen pennen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen pennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen pennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen pennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult pennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord pen
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘Bargoens: geslachtsgemeenschap hebben’ voor het eerst aangetroffen in 1906
Woordfamilie van pennen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepend | voltooid deelwoord | pennen |
| gepende | woordvorm | pennen |
| pende | verleden tijd | pennen |
| penden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | pennen |
| pennend | onvoltooid deelwoord | pennen |
| pennende | woordvorm | pennen |
| pent | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | pennen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pennen zijn vastgelegd.