verwennen
werkwoord vərˈwɛnə(n)Betekenis
- iemand een te goede behandeling geven, waardoor deze niet goed tegen de harde werkelijkheid bestand is
Hoe spreek je verwennen uit?
/vərˈwɛnən/
Verwennen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verwennen
verwennenhele werkwoord — verwendeverleden tijd enkelvoud — verwendenverleden tijd meervoud — verwendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verwen | verwende |
| jij | verwent | verwende |
| hij, zij, het | verwent | verwende |
| wij | verwennen | verwenden |
| jullie | verwennen | verwenden |
| zij | verwennen | verwenden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verwend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verwend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verwend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verwend | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verwend | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verwend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verwend worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verwend zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verwend worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verwend zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verwend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verwend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verwend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verwend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verwend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verwend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verwend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verwend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verwend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verwend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verwend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verwend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verwend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verwend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verwend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verwend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verwend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verwend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verwennen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verwennen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwen | gebiedende wijs |
| verwend | verleden tijd, deelwoord |
| verwend te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verwend te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verwend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwend te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwend te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwend worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verwend zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verwend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verwend zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verwend zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verwende | verleden tijd |
| verwenne | aanvoegende wijs |
| verwennend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verwend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verwend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verwend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verwend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verwend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verwend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verwend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verwend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verwend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verwend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verwend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verwend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verwend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verwend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verwend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verwend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verwend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verwend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verwend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verwend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verwend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verwend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verwend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verwend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verwend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verwend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verwend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verwennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verwennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verwennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verwend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verwend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verwend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verwend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verwend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verwend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verwend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verwend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verwend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verwend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verwend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verwend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verwend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verwennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verwennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verwennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verwend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verwend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verwend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verwend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verwend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verwend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verwend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verwennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verwennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verwend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verwend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verwend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verwennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verwend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verwend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verwend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verwend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verwend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verwend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verwend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verwend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verwend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verwennen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verwennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verwennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verwennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verwend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verwend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verwend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verwennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van wennen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verwennen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verwen | gebiedende wijs | verwennen |
| verwenden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verwennen |
| verwenne | aanvoegende wijs | verwennen |
| verwennend | onvoltooid deelwoord | verwennen |
| verwennende | woordvorm | verwennen |
| verwent | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verwennen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verwennen zijn vastgelegd.