verkennen
werkwoord vərˈkɛnə(n)Betekenis
- ter plaatse kennis verwerven van de gesteldheid van iets
- een onbekend of vijandelijk gebied observeren om strategische doelen te ontdekken of informatie te verkrijgen om een algemeen beeld van de situatie te krijgen.
Hoe spreek je verkennen uit?
/vərˈkɛnən/
Verkennen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| k | kat |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verkennen
verkennenhele werkwoord — verkendeverleden tijd enkelvoud — verkendenverleden tijd meervoud — verkendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verken | verkende |
| jij | verkent | verkende |
| hij, zij, het | verkent | verkende |
| wij | verkennen | verkenden |
| jullie | verkennen | verkenden |
| zij | verkennen | verkenden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verkend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verkend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verkend | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verkend | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verkend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verkend worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verkend zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verkend worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verkend zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verkend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verkend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verkend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verkend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verkend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verkend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verkend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verkend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verkend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verkend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verkend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verkennen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verkennen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verken | gebiedende wijs |
| verkend | verleden tijd, deelwoord |
| verkend te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verkend te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verkend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkend te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkend te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkend worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verkend zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verkend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkend zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkend zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkende | verleden tijd |
| verkenne | aanvoegende wijs |
| verkennend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verkend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verkend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verkend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verkend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verkend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verkend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verkend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verkend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verkend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verkend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verkend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verkend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkennen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verkend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
van Middelnederlands verkennen, op te vatten als afgeleid van kennen ww met het voorvoegsel ver-, aangetroffen vanaf de 13e eeuw
Woordfamilie van verkennen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verken | gebiedende wijs | verkennen |
| verkend | voltooid deelwoord | verkennen |
| verkende | verleden tijd | verkennen |
| verkenden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verkennen |
| verkenne | aanvoegende wijs | verkennen |
| verkent | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verkennen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkennen zijn vastgelegd.