herkennen
werkwoord hɛrˈkɛnə(n)Betekenis
- waarnemen en beseffen wie het is
Hoe spreek je herkennen uit?
/hɛrˈkɛnən/
Herkennen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| k | kat |
| n | nek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van herkennen
herkennenhele werkwoord — herkendeverleden tijd enkelvoud — herkendenverleden tijd meervoud — herkendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | herken | herkende |
| jij | herkent | herkende |
| hij, zij, het | herkent | herkende |
| wij | herkennen | herkenden |
| jullie | herkennen | herkenden |
| zij | herkennen | herkenden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben herkend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent herkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is herkend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was herkend | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd herkend | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt herkend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal herkend worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal herkend zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou herkend worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou herkend zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had herkend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had herkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had herkend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden herkend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden herkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden herkend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt herkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb herkend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herkend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben herkend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben herkend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt herkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herkend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| herken | gebiedende wijs |
| herkend | verleden tijd, deelwoord |
| herkend te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| herkend te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| herkend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herkend te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herkend te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herkend worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| herkend zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| herkend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herkend zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herkend zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herkende | verleden tijd |
| herkenne | aanvoegende wijs |
| herkennend | onvoltooid, deelwoord |
| is herkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is herkend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben herkend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te herkennen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen herkennen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart herkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren herkend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren herkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren herkend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was herkend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was herkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was herkend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd herkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd herkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd herkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden herkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden herkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden herkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt herkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word herkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden herkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden herkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden herkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt herkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt herkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal herkend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herkend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal herkend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal herkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal herkend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herkend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal herkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal herkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal herkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn herkend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn herkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn herkend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt herkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou herkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou herkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou herkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou herkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou herkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou herkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden herkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt herkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen herkend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen herkend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen herkend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen herkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen herkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herkend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen herkend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen herkend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herkennen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen herkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen herkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen herkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult herkend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult herkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult herkend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult herkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van kennen met het voorvoegsel her-
Woordfamilie van herkennen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| herken | gebiedende wijs | herkennen |
| herkend | voltooid deelwoord | herkennen |
| herkende | verleden tijd | herkennen |
| herkenden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | herkennen |
| herkenne | aanvoegende wijs | herkennen |
| herkennend | onvoltooid deelwoord | herkennen |
| herkennende | woordvorm | herkennen |
| herkent | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | herkennen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herkennen zijn vastgelegd.