erkennen
werkwoord ɛrˈkɛnə(n)Betekenis
- inzien, toegeven
- als wettig, echt, juist aanvaarden
Hoe spreek je erkennen uit?
/ɛrˈkɛnən/
Erkennen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| r | rood |
| k | kat |
| n | nek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- inzien, toegeven` transitive
Vervoeging van erkennen
erkennenhele werkwoord — erkendeverleden tijd enkelvoud — erkendenverleden tijd meervoud — erkendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | erken | erkende |
| jij | erkent | erkende |
| hij, zij, het | erkent | erkende |
| wij | erkennen | erkenden |
| jullie | erkennen | erkenden |
| zij | erkennen | erkenden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben erkend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent erkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is erkend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was erkend | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd erkend | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt erkend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal erkend worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal erkend zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou erkend worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou erkend zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| erken | gebiedende wijs |
| erkend | verleden tijd, deelwoord |
| erkend te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| erkend te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| erkend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| erkend te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| erkend te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| erkend worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| erkend zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| erkend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| erkend zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| erkend zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| erkende | verleden tijd |
| erkenne | aanvoegende wijs |
| erkennend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| had erkend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had erkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had erkend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden erkend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden erkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden erkend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt erkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb erkend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben erkend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben erkend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben erkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben erkend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt erkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft erkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft erkend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is erkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is erkend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te erkennen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben erkend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen erkennen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart erkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren erkend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren erkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren erkend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was erkend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was erkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was erkend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd erkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd erkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd erkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden erkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden erkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden erkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt erkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word erkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden erkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden erkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden erkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt erkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt erkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal erkend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal erkend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal erkend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal erkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal erkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal erkend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal erkend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal erkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal erkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal erkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn erkend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn erkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn erkend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt erkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou erkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou erkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou erkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou erkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou erkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou erkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou erkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou erkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou erkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou erkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou erkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou erkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden erkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden erkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden erkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden erkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden erkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden erkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden erkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden erkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden erkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden erkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden erkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden erkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt erkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt erkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt erkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt erkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen erkend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen erkend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen erkend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen erkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen erkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen erkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen erkend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen erkend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen erkend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen erkennen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen erkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen erkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen erkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult erkend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult erkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult erkend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult erkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘inzien’ voor het eerst aangetroffen in 1376
Woordfamilie van erkennen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| erken | gebiedende wijs | erkennen |
| erkenden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | erkennen |
| erkenne | aanvoegende wijs | erkennen |
| erkennend | onvoltooid deelwoord | erkennen |
| erkennende | woordvorm | erkennen |
| erkent | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | erkennen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van erkennen zijn vastgelegd.