miskennen
werkwoord mɪsˈkɛnə(n)Betekenis
- niet goed naar waarde schatten, onderwaarderen
Hoe spreek je miskennen uit?
/mɪsˈkɛnən/
Miskennen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| k | kat |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van miskennen
miskennenhele werkwoord — miskendeverleden tijd enkelvoud — miskendenverleden tijd meervoud — miskendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | misken | miskende |
| jij | miskent | miskende |
| hij, zij, het | miskent | miskende |
| wij | miskennen | miskenden |
| jullie | miskennen | miskenden |
| zij | miskennen | miskenden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben miskend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent miskend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is miskend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was miskend | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd miskend | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt miskend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal miskend worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal miskend zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou miskend worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou miskend zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had miskend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had miskend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had miskend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden miskend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden miskend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden miskend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt miskend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb miskend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben miskend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben miskend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben miskend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben miskend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt miskend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft miskend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft miskend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is miskend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is miskend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| misken | gebiedende wijs |
| miskend | verleden tijd, deelwoord |
| miskend te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| miskend te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| miskend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| miskend te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| miskend te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| miskend worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| miskend zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| miskend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| miskend zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| miskend zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| miskende | verleden tijd |
| miskenne | aanvoegende wijs |
| miskennend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben miskend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te miskennen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen miskennen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart miskend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren miskend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren miskend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren miskend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was miskend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was miskend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was miskend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd miskend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd miskend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd miskend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden miskend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden miskend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden miskend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt miskend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word miskend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden miskend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden miskend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden miskend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt miskend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt miskend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal miskend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal miskend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal miskend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal miskend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal miskend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal miskend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal miskend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal miskennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal miskennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal miskennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn miskend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn miskend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn miskend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt miskend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou miskend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou miskend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou miskend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou miskend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou miskend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou miskend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou miskend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou miskend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou miskend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou miskennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou miskennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou miskennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden miskend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden miskend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden miskend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden miskend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden miskend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden miskend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden miskend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden miskend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden miskend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden miskennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden miskennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden miskennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt miskend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt miskend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt miskend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt miskennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen miskend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen miskend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen miskend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen miskend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen miskend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen miskend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen miskend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen miskend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen miskend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen miskennen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen miskennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen miskennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen miskennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult miskend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult miskend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult miskend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult miskennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘niet erkennen’ voor het eerst aangetroffen in 1785
Woordfamilie van miskennen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| misken | gebiedende wijs | miskennen |
| miskend | voltooid deelwoord | miskennen |
| miskende | verleden tijd | miskennen |
| miskenden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | miskennen |
| miskenne | aanvoegende wijs | miskennen |
| miskennend | onvoltooid deelwoord | miskennen |
| miskennende | woordvorm | miskennen |
| miskent | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | miskennen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van miskennen zijn vastgelegd.