ontkennen
werkwoord ɔntˈkɛnə(n)Betekenis
- verklaren dat het gestelde niet waar is
Hoe spreek je ontkennen uit?
/ɔntˈkɛnən/
Ontkennen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| k | kat |
| ɛ | bed |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van ontkennen
ontkennenhele werkwoord — ontkendeverleden tijd enkelvoud — ontkendenverleden tijd meervoud — ontkendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ontken | ontkende |
| jij | ontkent | ontkende |
| hij, zij, het | ontkent | ontkende |
| wij | ontkennen | ontkenden |
| jullie | ontkennen | ontkenden |
| zij | ontkennen | ontkenden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ontkend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ontkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ontkend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ontkend | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ontkend | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ontkend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ontkend worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ontkend zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ontkend worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ontkend zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ontkend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ontkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ontkend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ontkend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ontkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ontkend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ontkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ontkend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ontkend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ontkend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ontkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ontkend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ontkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ontkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ontkend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is ontkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ontkend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| ontken | gebiedende wijs |
| ontkend | verleden tijd, deelwoord |
| ontkend te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ontkend te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ontkend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontkend te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontkend te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontkend worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ontkend zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ontkend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontkend zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontkend zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontkende | verleden tijd |
| ontkenne | aanvoegende wijs |
| ontkennend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben ontkend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te ontkennen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ontkennen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ontkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ontkend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ontkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ontkend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ontkend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ontkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ontkend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ontkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ontkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ontkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ontkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ontkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ontkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ontkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ontkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ontkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ontkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ontkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ontkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ontkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ontkend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ontkend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ontkend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ontkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ontkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ontkend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ontkend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ontkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ontkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ontkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn ontkend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ontkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ontkend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ontkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ontkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ontkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ontkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ontkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ontkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ontkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ontkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ontkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ontkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ontkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ontkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ontkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden ontkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ontkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ontkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ontkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ontkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ontkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ontkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ontkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ontkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt ontkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ontkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ontkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ontkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen ontkend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ontkend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ontkend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ontkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ontkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ontkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ontkend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ontkend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ontkend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ontkennen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ontkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ontkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ontkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult ontkend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ontkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ontkend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ontkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van kennen met het voorvoegsel ont-.
Woordfamilie van ontkennen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ontken | gebiedende wijs | ontkennen |
| ontkend | voltooid deelwoord | ontkennen |
| ontkende | verleden tijd | ontkennen |
| ontkenden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | ontkennen |
| ontkenne | aanvoegende wijs | ontkennen |
| ontkent | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ontkennen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontkennen zijn vastgelegd.