bekennen
werkwoord bəˈkɛnə(n)Betekenis
- iets laak- of strafbaars toegeven
- niet te bekennen zijn: ontbreken, niet te vinden zijn
- seksuele omgang hebben met (iemand)
Hoe spreek je bekennen uit?
/bəˈkɛnən/
Bekennen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| k | kat |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bekennen
bekennenhele werkwoord — bekendeverleden tijd enkelvoud — bekendenverleden tijd meervoud — bekendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beken | bekende |
| jij | bekent | bekende |
| hij, zij, het | bekent | bekende |
| wij | bekennen | bekenden |
| jullie | bekennen | bekenden |
| zij | bekennen | bekenden |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| beken | gebiedende wijs |
| bekend | verleden tijd, deelwoord |
| bekend te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bekend te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bekend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bekend te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bekend te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bekend worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bekend zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bekend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bekend zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bekend zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bekende | verleden tijd |
| bekenne | aanvoegende wijs |
| bekennend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bekend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bekend | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bekend | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bekend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bekend worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bekend zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bekend worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bekend zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bekend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bekend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bekend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bekend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bekend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bekennen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bekend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bekennen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren bekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bekend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden bekend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden bekend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bekend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bekend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bekend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bekend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bekend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bekennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bekennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bekennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou bekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bekend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bekend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bekennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bekennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bekennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bekend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bekend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bekennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bekennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bekennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bekennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bekend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bekend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bekend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bekend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bekennen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bekennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bekennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bekennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bekennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘bespeuren, erkennen’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van bekennen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bekenne | aanvoegende wijs | bekennen |
| bekent | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bekennen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bekennen zijn vastgelegd.