kreek
zelfstandig naamwoord /krek/Betekenis
- een kleine beschermde inham
- een smal stilstaand water, vooral naar een dijkdoorbraak
- een kleine, door de natuur gevormde zeearm
- een kleine watergeul; vaak zijarm van een rivier(tje)
- een smal vaarwater tussen ondiepten of eilanden
Hoe spreek je kreek uit?
/krek/
Kreek bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| r | rood |
| e | veel |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kreekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kreekjes | verkleinwoord, meervoud |
| kreken | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘smal water’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 976
Woordfamilie van kreek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kreekje | verkleinwoord | kreek |
| kreekjes | verkleinwoord meervoud | kreek |
| kreken | meervoud | kreek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kreek zijn vastgelegd.