discotheek
zelfstandig naamwoord dɪsko'tekBetekenis
- verzameling muziekopnamen
- audiotheek
- uitgaansgelegenheid waar wordt gedanst op popmuziek, disco
Hoe spreek je discotheek uit?
/dɪskoˈtek/
Discotheek bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| k | kat |
| o | boot |
| t | tak |
| e | veel |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- verzameling van veelal uitleenbare muziekopnamen
- uitgaansgelegenheid waar wordt gedanst op popmuziek, disco [1]
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| discotheekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| discotheekjes | verkleinwoord, meervoud |
| discotheken | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verzameling grammofoonplaten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1932
Woordfamilie van discotheek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| discotheekje | verkleinwoord | discotheek |
| discotheekjes | verkleinwoord meervoud | discotheek |
| discotheken | meervoud | discotheek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van discotheek zijn vastgelegd.