fake
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord fekBetekenis
- bedrog, namaak, vervalsing
- onecht, niet gemeend, nagemaakt
Hoe spreek je fake uit?
/fek/
Fake bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| e | veel |
| k | kat |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fakes | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van faken
- gebiedende wijs van faken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van faken
- aanvoegende wijs van faken
Vervoeging van fake
fakehele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘namaak’ voor het eerst aangetroffen in 1965
Woordfamilie van fake
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fakes | meervoud | fake |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fake zijn vastgelegd.