gepreek
zelfstandig naamwoord / ɣəˈprek/Betekenis
- aanhoudend iemand of een groep van mensen vermanend toespreken; aanhoudend mensen de les lezen
Hoe spreek je gepreek uit?
/ xəˈprek/
Gepreek bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| p | pak |
| r | rood |
| e | veel |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Herkomst
Naamwoord van handeling van preken met het voorvoegsel ge-