cake
zelfstandig naamwoord kekBetekenis
- lichte, zachte koek gemaakt van een beslag van bloem, boter, eieren en suiker, in gelijke hoeveelheden, met een rijsmiddel
- taart, gebak
Hoe spreek je cake uit?
/kek/
Cake bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| e | veel |
Klinkt hetzelfde als keek.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cakeje | verkleinwoord, enkelvoud |
| cakejes | verkleinwoord, meervoud |
| cakes | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘zachte koek’ voor het eerst aangetroffen in 1761
Woordfamilie van cake
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cakeje | verkleinwoord | cake |
| cakejes | verkleinwoord meervoud | cake |
| cakes | meervoud | cake |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cake zijn vastgelegd.