speek
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord spekBetekenis
- dun, staafvormig stuk metaal dat de verbinding vormt tussen velg en as van een wiel
- staaf metaal in het algemeen
- onbeschoft
- speeksel
- spaak
Hoe spreek je speek uit?
/spek/
Speek bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| e | veel |
| k | kat |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- staaf metaal in het algemeen, zoals die bijvoorbeeld als hefboom kan worden gebruikt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| speekje | verkleinwoord |
| speekjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| speken | enkelvoud |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] speek | canonical |
zelfstandig naamwoord — masculine
- vocht dat in de mond wordt uitgescheiden en soms in kleine hoeveelheden wordt uitgespuugd vernacular
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| speken | meervoud |
Woordfamilie van speek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| speekje | verkleinwoord | speek |
| speekjes | verkleinwoord | speek |
| speken | enkelvoud | speek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van speek zijn vastgelegd.