kras
tussenwerpsel, zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord krɑsBetekenis
- langgerekte oppervlaktebeschadiging veroorzaakt door het bewegen van een scherpe punt over een voorwerp
- nog sterk voor zijn jaren
- opzienbarend, meest in een onaangename zin van dat woord
Hoe spreek je kras uit?
/krɑs/
Kras bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| s | sok |
tussenwerpsel
- weergave van een schrapend geluid als van een scherpe punt of rand over een hard oppervlak
- weergave van het geluid dat kraaien en raven maken
Verbuiging en vervoeging (tussenwerpsel)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] kras | canonical |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- schrapend geluid, als van een scherpe punt of rand over een hard oppervlak of als dat van een kraai of raaf
- snelle, krachtige beweging van een scherpe punt of rand over een hard oppervlak
- langgerekte oppervlaktebeschadiging veroorzaakt door het bewegen van een scherpe punt of rand over een hard oppervlak
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krassen
- gebiedende wijs van krassen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krassen
Vervoeging van kras
krashele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] kras | canonical |
bijvoeglijk naamwoord
- fel of agressief
- geil en potent
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] kras | canonical |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- op gesmolten zetlood drijvend vuil
Woordfamilie van kras
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| krasje | woordvorm | kras |
| krasjes | meervoud | kras |
| krassere | woordvorm | kras |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kras zijn vastgelegd.