krasser
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- iemand die krast (lakenkrasser en wolkrasser)
- een rechtvleugelig insect uit de familie veldsprinkhanen (Acrididae), onderfamilie Gomphocerinae
zelfstandig naamwoord — masculine
- voorwerp waarmee men kan krassen
- Chorthippus parallelus een rechtvleugelig insect uit de familie veldsprinkhanen (Acrididae), onderfamilie Gomphocerinae
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| krassers | meervoud |
| krassertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| krassertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- onverbogen vorm van de vergrotende trap van kras
Herkomst
Naamwoord van handeling van krassen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van krasser
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| krassertje | verkleinwoord | krasser |
| krassertjes | verkleinwoord meervoud | krasser |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van krasser zijn vastgelegd.