klas
zelfstandig naamwoord /klɑs/Betekenis
- een groep leerlingen die een tijdlang gezamenlijk les krijgen
- een leerjaar op school
- een klaslokaal
- klasse in het openbaar vervoer, in ziekenhuizen enz. met verschil in prijs en voorzieningen
Hoe spreek je klas uit?
/klɑs/
Klas bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| ɑ | bad |
| s | sok |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klasje | verkleinwoord, enkelvoud |
| klasjes | verkleinwoord, meervoud |
| klassen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘groep’ voor het eerst aangetroffen in 1591
Woordfamilie van klas
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klasje | verkleinwoord | klas |
| klasjes | verkleinwoord meervoud | klas |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klas zijn vastgelegd.