koolraap
zelfstandig naamwoordBetekenis
- Brassica napobrassica, een groente die behoort tot het geslacht kool
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Brassica napobrassica een plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). Een koolraap is de wortel van deze plant. Het jonge blad wordt 'snijmoes' of 'snijkool' genoemd en wordt eveneens gegeten. Koolraap werd vroeger in het Friese kleigebied, de Bommelerwaard, Gelderland, Noord-Limburg en Noord-Brabant verbouwd voor zowel dierlijke (veevoer) als menselijke consumptie. Tegenwoordig wordt het in Nederland weinig meer gegeten en is het een van de zogenoemde vergeten groenten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| koolraapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| koolraapjes | verkleinwoord, meervoud |
| koolrapen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘knol als groente’ voor het eerst aangetroffen in 1778
Woordfamilie van koolraap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| koolraapje | verkleinwoord | koolraap |
| koolraapjes | verkleinwoord meervoud | koolraap |
| koolrapen | meervoud | koolraap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koolraap zijn vastgelegd.