zeekool
zelfstandig naamwoord ˈzekolBetekenis
- een op de kusten van centraal Europa voorkomende plant verwant aan de koolfamilie die gekweekt wordt als groente
Hoe spreek je zeekool uit?
/ˈzekol/
Zeekool bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| e | veel |
| k | kat |
| o | boot |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- bepaald soort op de kusten van centraal Europa voorkomende plant, Crambe maritima, verwant aan de koolfamilie, gekweekt als groente
- stengels van Crambe maritima, gebruikt als groente
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zeekolen | meervoud |
| zeekooltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zeekooltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zee zn en kool zn
Woordfamilie van zeekool
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zeekolen | meervoud | zeekool |
| zeekooltje | verkleinwoord | zeekool |
| zeekooltjes | verkleinwoord meervoud | zeekool |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zeekool zijn vastgelegd.