Naar de inhoud

koeren

een geluid als van duiven voortbrengen

koeren is meer dan één woord

koeren

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈkurə(n)

Betekenis

  1. een geluid als van duiven voortbrengen

Hoe spreek je koeren uit?

/ˈkurən/

Koeren bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈkurən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
u boek
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van koeren

koerenhele werkwoord — koerdeverleden tijd enkelvoud — koerdenverleden tijd meervoud — gekoerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik koer koerde
jij koert koerde
hij, zij, het koert koerde
wij koeren koerden
jullie koeren koerden
zij koeren koerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gekoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekoerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekoerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekoerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekoerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekoerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekoerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekoerd verleden tijd, deelwoord
gekoerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekoerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
koer gebiedende wijs
koerde verleden tijd
koere aanvoegende wijs
koerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te koeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen koeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal koeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal koeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal koeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou koeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou koeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou koeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden koeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden koeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden koeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt koeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen koeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen koeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen koeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen koeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult koeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord koer

Herkomst

ww: klanknabootsing, in de betekenis van ‘het rollende geluid van duiven maken’ voor het eerst aangetroffen in 1599

Woordfamilie van koeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekoerd voltooid deelwoord koeren
koerde verleden tijd koeren
koerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon koeren
koere aanvoegende wijs koeren
koerend onvoltooid deelwoord koeren
koerende woordvorm koeren
koert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon koeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koeren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over koeren

Hoe spreek ik koeren uit?
Zo spreek je koeren uit: /ˈkurə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van koeren?
Koeren is een werkwoord. De betekenis is: een geluid als van duiven voortbrengen.
Hoe vervoeg ik koeren?
Zo vervoeg je koeren zo: de tegenwoordige tijd is koer, de verleden tijd is koerde en het voltooid deelwoord is gekoerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op koeren?

In dit woordenboek rijmen 22 woorden op -oeren op koeren, zoals voeren, ontvoeren en verroeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op koeren, uitspraak ˈkurən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
voeren 2
ontvoeren 3
verroeren 3
boeren 2
snoeren 2
koekeloeren 4
loeren 2
poeren 2
autoboeren 4
badkamervloeren 5
campagnevoeren 5
chocoladehoeren 6
deeltijdboeren 4
lorrenboeren 4
moffenhoeren 4
mosselhoeren 4
noppeshoeren 4
sloeren 2
vloeren 2
wedervoeren 4
witlofboeren 4
witloofboeren 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord koeren is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. O 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

koeren levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 45 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. O 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 zonder bonus
  8. 45 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

koeren telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

koeren in het kort

koeren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van koeren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort koeren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

koeren: een geluid als van duiven voortbrengen
Deel koeren — standaardnederlands.nl