gerecht
zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord ɣəˈrɛxtBetekenis
- lokale bestuursvorm
- rechtvaardig
Hoe spreek je gerecht uit?
/xəˈrɛxt/
Gerecht bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- een bepaald soort voedsel op een bepaalde wijze bereid
- rechtbank, de rechter
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gerechten | meervoud |
| gerechtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gerechtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van rechten
Vervoeging van gerecht
gerechthele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘eten in één gang’ voor het eerst aangetroffen in 1040
Woordfamilie van gerecht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gerechten | meervoud | gerecht |
| gerechter | woordvorm | gerecht |
| gerechtere | woordvorm | gerecht |
| gerechters | woordvorm | gerecht |
| gerechtje | verkleinwoord | gerecht |
| gerechtjes | verkleinwoord meervoud | gerecht |
| gerechts | woordvorm | gerecht |
| gerechtst | woordvorm | gerecht |
| gerechtste | woordvorm | gerecht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gerecht zijn vastgelegd.