gehecht
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord ɣəˈhɛxtBetekenis
- van een wond dat deze is gehecht
- van een persoon dat deze een bepaalde gewoonte niet makkelijk kan opgeven, verkleefd, verknocht
- vastgemaakt, vastgeplakt
Hoe spreek je gehecht uit?
/xəˈhɛxt/
Gehecht bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van hechten
Vervoeging van gehecht
gehechthele werkwoord
Herkomst
*vervoeging van hechten: de stam met omvoegsel ge- -t, zonder -t omdat de stam al op -t eindigt
Woordfamilie van gehecht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gehechter | woordvorm | gehecht |
| gehechtere | woordvorm | gehecht |
| gehechters | woordvorm | gehecht |
| gehechts | woordvorm | gehecht |
| gehechtst | woordvorm | gehecht |
| gehechtste | woordvorm | gehecht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gehecht zijn vastgelegd.