echt
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, werkwoord ɛxtBetekenis
- de huwelijkse staat
- waarachtig, juist, niet vervalst, authentiek
- heus (om de stelligheid van een bewering te benadrukken)
- dat is echt ....:typisch
Hoe spreek je echt uit?
/ɛxt/
Echt bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| x | acht |
| t | tak |
bijwoord
- heus
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van echten
- gebiedende wijs van echten
Vervoeging van echt
echthele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘huwelijk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 701
Woordfamilie van echt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| echtere | woordvorm | echt |
| echters | woordvorm | echt |
| echts | woordvorm | echt |
| echtst | woordvorm | echt |
| echtste | woordvorm | echt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van echt zijn vastgelegd.