schenkingsrecht
zelfstandig naamwoord ˈsxɛŋkɪŋsˌrɛxtBetekenis
- geen recht maar een belasting die wordt geheven over de waarde van alles (boven een bepaald bedrag) wat krachtens schenking van de schenker wordt verkregen
Hoe spreek je schenkingsrecht uit?
/ˈsxɛŋkɪŋsˌrɛxt/
Schenkingsrecht bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɛ | bed |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| ɪ | pit |
| r | rood |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- heffing die je moet betalen over zeer grote giften die je van een ander persoon krijgt Deze belasting kan worden gezien als een vervanging van de successiebelasting die op de erfenis van die persoon zou worden geheven.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schenkingsrechten | meervoud |
| schenkingsrechtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schenkingsrechtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van schenking zn "gift" en recht zn "leges, heffing" met het invoegsel -s-
Woordfamilie van schenkingsrecht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schenkingsrechten | meervoud | schenkingsrecht |
| schenkingsrechtje | verkleinwoord | schenkingsrecht |
| schenkingsrechtjes | verkleinwoord meervoud | schenkingsrecht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schenkingsrecht zijn vastgelegd.