eten
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈetə(n)Betekenis
- het nuttigen van voedsel
- dat wat iemand tot zich neemt om diens metabolisme in werking te houden
- de maaltijd
Hoe spreek je eten uit?
/ˈetən/
Eten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| e | veel |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- meervoudige tegenwoordige tijd van eten
Vervoeging van eten
etenhele werkwoord — atverleden tijd enkelvoud — atenverleden tijd meervoud — gegetenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | eet | at |
| jij | eet | at |
| hij, zij, het | eet | at |
| wij | eten | aten |
| jullie | eten | aten |
| zij | eten | aten |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| at | verleden tijd |
| eet | gebiedende wijs |
| er is gegeten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gegeten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gegeten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gegeten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gegeten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gegeten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gegeten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gegeten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ete | aanvoegende wijs |
| etend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gegeten | verleden tijd, deelwoord |
| gegeten te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gegeten te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gegeten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegeten te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegeten te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegeten worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gegeten zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gegeten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gegeten zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gegeten zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gegeten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gegeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gegeten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gegeten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gegeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gegeten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gegeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gegeten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegeten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gegeten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gegeten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gegeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegeten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gegeten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te eten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gegeten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen eten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren gegeten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gegeten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gegeten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden gegeten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden gegeten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gegeten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal eten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal eten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal eten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gegeten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegeten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gegeten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gegeten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gegeten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gegeten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou eten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou eten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou eten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gegeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gegeten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gegeten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden eten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden eten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden eten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gegeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gegeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gegeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gegeten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gegeten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt eten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gegeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen eten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen eten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen eten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen eten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gegeten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gegeten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gegeten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gegeten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gegeten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult eten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gegeten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘nuttigen’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van eten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | eten |
| eet | gebiedende wijs | eten |
| ete | aanvoegende wijs | eten |
| etend | onvoltooid deelwoord | eten |
| gegeten | voltooid deelwoord | eten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van eten zijn vastgelegd.