knecht
zelfstandig naamwoord, werkwoord knɛxtBetekenis
- iemand die in dienst is van met name een boer
- wielrenner van een wielerploeg die de kopman helpt om te winnen
Hoe spreek je knecht uit?
/knɛxt/
Knecht bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| n | nek |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die in dienst is van iemand anders
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| knechten | meervoud |
| knechtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| knechtjes | verkleinwoord, meervoud |
| knechts | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van knechten
- gebiedende wijs van knechten
Vervoeging van knecht
knechthele werkwoord
Herkomst
Van Oudnederlands kneght. Te herleiden tot Protogermaans *knehta-, verdere herkomst onbekend. Verwant met Duits Knecht en Engels knight. In de betekenis van ‘bediende’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van knecht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| knechtje | verkleinwoord | knecht |
| knechtjes | verkleinwoord meervoud | knecht |
| knechts | meervoud | knecht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van knecht zijn vastgelegd.