specht
zelfstandig naamwoord spɛxtBetekenis
- die met zijn sterke snavel de schors van de bomen openhakt om daaruit de insecten te halen
Hoe spreek je specht uit?
/spɛxt/
Specht bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor middelgrote robuuste vogels behorende tot de familie Picidae die met hun sterke snavel de schors van de bomen openhakken om daaruit de insecten te halen
- Spanjaard Early-Modern-Dutch, pejorative
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| spechten | meervoud |
| spechtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| spechtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands specht; in de betekenis van ‘spechtvogel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
Woordfamilie van specht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spechtje | verkleinwoord | specht |
| spechtjes | verkleinwoord meervoud | specht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van specht zijn vastgelegd.