echtbreken
werkwoordBetekenis
- het verbreken van de huwelijksband
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van echtbreken
echtbrekenhele werkwoord — (echtgebroken)voltooid deelwoord
Alle 2 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (echtgebroken) | verleden tijd, deelwoord |
| - | verleden tijd |
Herkomst
samenstelling van echt en breken
Woordfamilie van echtbreken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| echtbreek | woordvorm | echtbreken |
| echtbrekend | woordvorm | echtbreken |
| echtbrekende | woordvorm | echtbreken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van echtbreken zijn vastgelegd.