echoën
werkwoord /ʔɛxoə(n)/Betekenis
- het opnieuw hoorbaar zijn van een geluid door weerkaatsing van de geluidsgolven
- tweede betekenisomschrijving.
- enz.
Hoe spreek je echoën uit?
/ɛxoən/
Echoën bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| x | acht |
| o | boot |
| ə | de |
| n | nek |
Vervoeging van echoën
echoënhele werkwoord — echodeverleden tijd enkelvoud — echodenverleden tijd meervoud — geëchoodvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | echo | echode |
| jij | echoot | echode |
| hij, zij, het | echoot | echode |
| wij | echoën | echoden |
| jullie | echoën | echoden |
| zij | echoën | echoden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geëchood | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geëchood | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| echo | gebiedende wijs |
| echode | verleden tijd |
| echoë | aanvoegende wijs |
| echoënd | onvoltooid, deelwoord |
| er is geëchood | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geëchood | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geëchood | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geëchood | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geëchood worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geëchood zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geëchood worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geëchood zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geëchood | verleden tijd, deelwoord |
| geëchood te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geëchood te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geëchood te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geëchood te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geëchood te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geëchood worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geëchood zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geëchood zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geëchood zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geëchood zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geëchood | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geëchood | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geëchood | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geëchood | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geëchood | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geëchood | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geëchood | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geëchood | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geëchood | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geëchood | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geëchood | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geëchood | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geëchood | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geëchood | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geëchood | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geëchood | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geëchood | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te echoën | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geëchood | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen echoën | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geëchood | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geëchood | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geëchood | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geëchood | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geëchood | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geëchood | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geëchood | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geëchood | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geëchood | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geëchood | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geëchood | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geëchood | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geëchood | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geëchood | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geëchood | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geëchood | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geëchood | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geëchood | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geëchood | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geëchood | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal echoën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal echoën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal echoën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geëchood hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geëchood hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geëchood hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geëchood worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geëchood worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geëchood zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geëchood zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geëchood | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geëchood | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geëchood | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geëchood | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou echoën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou echoën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou echoën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geëchood hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geëchood hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geëchood hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geëchood worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geëchood worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geëchood worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geëchood zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geëchood zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geëchood zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden echoën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden echoën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden echoën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geëchood hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geëchood hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geëchood hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geëchood worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geëchood worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geëchood worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geëchood zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geëchood zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geëchood zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt echoën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geëchood hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geëchood worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geëchood zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen echoën | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen echoën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen echoën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen echoën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geëchood hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geëchood hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geëchood hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geëchood worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geëchood worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geëchood worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geëchood zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geëchood zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geëchood zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult echoën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geëchood hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geëchood worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geëchood zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordfamilie van echoën
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| echode | verleden tijd | echoën |
| echoden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | echoën |
| echoot | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | echoën |
| echoë | aanvoegende wijs | echoën |
| echoënd | onvoltooid deelwoord | echoën |
| echoënde | woordvorm | echoën |
| geëchode | woordvorm | echoën |
| geëchood | voltooid deelwoord | echoën |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van echoën zijn vastgelegd.