Naar de inhoud

boeten

voor: straf ondergaan, nadeel ondervinden van een foute handeling

boeten is meer dan één woord

boeten

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈbutə(n)

Betekenis

  1. voor: straf ondergaan, nadeel ondervinden van een foute handeling
  2. het repareren van een visnet

Hoe spreek je boeten uit?

/ˈbutən/

Boeten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈbutən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
u boek
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. ~ voor: straf ondergaan, nadeel ondervinden van een foute handeling unergative

Vervoeging van boeten

boetenhele werkwoord — boetteverleden tijd enkelvoud — boettenverleden tijd meervoud — geboetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik boet boette
jij boet boette
hij, zij, het boet boette
wij boeten boetten
jullie boeten boetten
zij boeten boetten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
boet gebiedende wijs
boete aanvoegende wijs
boetend onvoltooid, deelwoord
boette verleden tijd
er is geboet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geboet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geboet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geboet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geboet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geboet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geboet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geboet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geboet verleden tijd, deelwoord
geboet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geboet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geboet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geboet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geboet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geboet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geboet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geboet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geboet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geboet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geboet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geboet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geboet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geboet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geboet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geboet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geboet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te boeten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geboet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen boeten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal boeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal boeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal boeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geboet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geboet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geboet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou boeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou boeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou boeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geboet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geboet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geboet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden boeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden boeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden boeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geboet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geboet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geboet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt boeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geboet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen boeten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen boeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen boeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen boeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geboet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geboet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geboet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult boeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geboet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord boete

Herkomst

In de betekenis van ‘herstellen, goedmaken’ voor het eerst aangetroffen in 1253

Woordfamilie van boeten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
boet gebiedende wijs boeten
boetend onvoltooid deelwoord boeten
boetende woordvorm boeten
boette verleden tijd boeten
boetten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon boeten
geboet voltooid deelwoord boeten
geboete woordvorm boeten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boeten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over boeten

Hoe spreek ik boeten uit?
Zo spreek je boeten uit: /ˈbutə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van boeten?
Boeten is een werkwoord. De betekenis is: voor: straf ondergaan, nadeel ondervinden van een foute handeling. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik boeten?
Zo vervoeg je boeten zo: de tegenwoordige tijd is boet, de verleden tijd is boette en het voltooid deelwoord is geboet. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op boeten?

Boeten rijmt op 17 woorden op -ten; ontmoeten, groeten en moeten bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op boeten, uitspraak ˈbutən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
ontmoeten 3
groeten 2
moeten 2
begroeten 3
newton 2
zoeten 2
toeten 2
aanrijrouten 4
aanvliegrouten 4
aanvoerrouten 4
aleoeten 4
lotusvoeten 4
mazouten 3
migratierouten 5
millinewton 4
voeten 2
zoetten 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord boeten is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. O 1
  3. E 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

boeten levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. O 1
  3. E 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

boeten telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

boeten in het kort

boeten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van boeten staan er 39 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort boeten bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

boeten: voor: straf ondergaan, nadeel ondervinden van een foute handeling
Deel boeten — standaardnederlands.nl