toeten
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈtutə(n)Betekenis
- een hoorn laten klinken
- de claxon laten klinken
- het geluid van een hoorn voortbrengen
Hoe spreek je toeten uit?
/ˈtutən/
Toeten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| u | boek |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van toeten
toetenhele werkwoord — toetteverleden tijd enkelvoud — toettenverleden tijd meervoud — getoetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | toet | toette |
| jij | toet | toette |
| hij, zij, het | toet | toette |
| wij | toeten | toetten |
| jullie | toeten | toetten |
| zij | toeten | toetten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| getoet | verleden tijd, deelwoord |
| getoet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getoet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getoet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getoet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getoet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getoet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getoet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getoet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getoet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getoet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getoet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getoet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getoet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getoet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getoet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getoet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getoet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getoet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te toeten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen toeten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toet | gebiedende wijs |
| toete | aanvoegende wijs |
| toetend | onvoltooid, deelwoord |
| toette | verleden tijd |
| zal getoet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getoet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getoet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toeten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal toeten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal toeten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou getoet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getoet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getoet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toeten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou toeten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou toeten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getoet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getoet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getoet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toeten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toeten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toeten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getoet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toeten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getoet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getoet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getoet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toeten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen toeten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toeten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toeten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getoet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult toeten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord toet
Herkomst
In de betekenis van ‘op een hoorn blazen’ voor het eerst aangetroffen in 1600
Woordfamilie van toeten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getoet | voltooid deelwoord | toeten |
| toete | aanvoegende wijs | toeten |
| toetend | onvoltooid deelwoord | toeten |
| toetende | woordvorm | toeten |
| toette | verleden tijd | toeten |
| toetten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | toeten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toeten zijn vastgelegd.